SoldToADemon schreef:
‘Kan je, voor één kort moment, eens je mond houden? Ik probeer na te denken.’ Brian probeerde de ergernis in zijn stem niet te verhullen, aangezien hij het gegil van de vrouw die hij had vastgemaakt aan één van de ligstoelen naast het zwembad wel degelijk irritant vond. Tenminste, op dit moment. Hij probeerde na te denken en dat ging verbazingwekkend lastig als er een constante, hoge toon zijn trommelvliezen teisterde. Toen de vrouw niet naar hem luisterde, sloeg hij zijn ogen ten hemel, greep de ligstoel vast en trok hem naar de rand van het zwembad. De stem van de vrouw stokte een kort moment en ze wierp hem een angstige blik toe. ‘O, en nu kan je wel stil zijn?’ mompelde hij, terwijl hij de stoel nog een laatste duw gaf met zijn voet en de vrouw, met stoel en al, onder water verdween. Dat zou haar stem in ieder geval dempen, zij het permanent, maar hij had achteraf gezien toch niet zo veel zin in het teisteren van de onschuldigen vanavond.
‘Brian?!’ Een stem klonk op vanuit het huis en een geërgerde zucht rolde over Brians lippen. De reden dat hij zich vanavond niet bepaald kon vermaken, was de bron van die stem. Hij liep het huis binnen en trok een wenkbrauw op toen hij de man op de grond zag zitten, gebogen over het kleine lichaam van het kind dat hij eerder die avond mee had gelokt.
‘Wat?’
‘Brian, hij ademt niet meer?!’ Brian liep nog wat dichter naar de man toe en zag dat er enkele bloemblaadjes rondom het hoofd van het jongetje verspreid lagen, afkomstig van de planten die de man klaarblijkelijk door de keel van het kind naar binnen had geduwd. Het was niet bepaald een verrassing te noemen dat ademen dan lastiger ging, leek hem, maar blijkbaar scheen de man voor hem dat niet te kunnen beseffen. Werkelijk de enige reden waarom hij hier was, was omdat hij Brian had gezien toen die een meisje drogeerde aan de rand van de stad. De man had geëist dat hij mee mocht naar waar Brian de vrouw dan ook heen zou brengen en, aangezien Brian liever niet openlijk met lijken strooide en zich nog op de een of andere manier van de man moest ontdoen, had hij ingestemd.
‘En wáárom heb je mij daarvoor nodig om dat te bevestigen, Bob? Het maakt me namelijk echt niet uit.’
‘Praat niet op zo’n toon tegen me!’ De man sprong overeind en keek Brian woest aan. Hij greep het eerste dat hij kon vinden stevig beet, in dit geval een jerrycan wasbenzine die nog op tafel stond van de vorige avond, toen Brian noodgedwongen met behulp van wat vuur zich van een lichaam had ontdaan. Hij kon de man moeilijk lang alleen laten met de overige mensen die beneden in de kelder zaten, voor het geval dat Bob besloot dat het wel leuk was om hen vrij te laten en te zien wat er dan gebeurde. Erg stabiel scheen hij mentaal niet te zijn, namelijk.
‘Wat wilde je daarmee doen, de fles dreigend voor mijn gezicht heen en weer schudden?’ zei Brian schamper. De man was al oud, dus het was niet alsof het een erg angstaanjagend aanzicht was om hem daar te zien staan met de jerrycan in zijn handen.
‘Je kan me niets maken, ik ben Bob!’ kraamde de man plotseling uit, alsof iemand hem had bedreigd. Stemmen in zijn hoofd misschien, het was lastig te zeggen, maar zonder verdere waarschuwing wierp de man de geopende jerrycan richting de brandende open haard.
‘Bob, niet doe-’
…