Batman schreef:
Ik ben zowaar aan een doolhof ontsnapt, deze doolhof was listig en doortrapt.
Makkelijk was het niet, tijdens de doolhof weet je niet wat je ziet!
De eerste voet waarmee ik de doolhof betrad, werd meteen zeiknat!
Water kwam uit alle gaten en hoeken, ik moest vlug een weg om het water heen zoeken.
Ik sprong van kei naar kei, weg van de natte vallei.
Eenmaal aan de andere kant, volgde een pad met droog zand.
Ik twijfelde maar ging toch voort, weg van de waterpoort.
Ik volgde het pad van zand om de hoek, en daar stond een boek.
In het boek stond een hint, ‘voorbij de volgende hoek volgt een sprint’.
Ik keek naar mijn schoenen, die ik nodig moest boenen.
Deze zijn niet gemaakt voor rennen, Dat moest ik bekennen.
Maar ik moest en zou naar het kasteel gaan, en besloot toch de hoek om te slaan.
Ik zag niks waarvoor ik moest vluchten, wat zijn dan toch die sprint geruchten?
Maar uit het niets hoorde ik geblaf, het leek te komen van veraf.
Maar het klonk steeds dichterbij, en plots was er een kudde driekoppige honden voor mij!
Ik begon te rennen zo hard ik kon, Maar viel na een paar meter zonder pardon.
Vanaf de grond zag ik een gat in de heg, en kroop er vlug in weg.
Ik zag de wilde honden voorbij stormen, en veranderen in onherkenbare vormen.
Ze gingen in rook op aan het eind van de gang, weg was hun geblaf en klaagzang.
Maar wat zij achterlieten was een grote stofwolk, die veranderde in een draaikolk!
De draaikolk nam het hele pad in beslag, werd dit dan toch mijn sterfdag?
Maar toen dacht ik weer aan het gat in de heg, dat was mogelijk mijn uitweg!
Ik kroop er weer terug in, met veel tegenzin.
Ik haalde het mes uit mijn zak, en gebruikte het voor het hakken van een tak.
Zo baande ik me een weg, door de heg.
Naar de andere kant, van de heggenwand.
Maar opeens rook ik brand, wat was er nu weer aan de hand?
Het werd ineens een stuk lichter, en de rook een stuk dichter.
Om mijn heen zag ik vlammen, mij indammen!
Ik begon in een haast weer hakken, naar een weg buiten deze zee van takken.
Door de rook zag ik niks meer, maar plots plofte ik op de harde grond neer.
Ik draaide om naar een verkoolde heg, en vervolgde weer mijn heenweg.
Ik kwam bij een splitsing aan, welke weg moest ik ingaan?
Het pad aan mijn rechterzij, leek gevaar vrij.
Het pad aan mijn linkerzij, werd geblokkeerd door een groot gewei.
Dus nam ik het pad van de minste weerstand, in plaats van het pad met het gigantische eland.
Deze keuze nam ik me gauw kwalijk, want het werd al snel gevaarlijk.
Na de eerste paar meter trad er duisternis op, en zag ik niks meer verderop.
Ik voelde van alles kriebelen, maar door de duisternis kon ik niks zien wiebelen.
Ik stak mijn handen vooruit, en ging af op een zacht ritselend geluid.
Ineens voelde ik iets groot en harig, maar het licht was nog steeds erg karig.
Maar wat ik had aangeraakt kwam ineens in beweging, en uit schrik maakte ik een schijnbeweging.
Acht grote glazige ogen keken me ineens diep aan, en van schrik bleef ik staan.
Ik voelde ineens draad om me heen, eerst om mijn arm en toen om mijn been.
Voor ik het wist was ik volledig ingepakt, en afgeplakt.
Ik werd ondersteboven opgehangen, en verloor alle kleur in mijn wangen.
Ik viel flauw, gevangen in dit touw.
Toen ik bij kwam hing ik ondersteboven, en zag ik alle doolhoven.
Ik kan vanaf hier het pad naar buiten bekijken, en wist nu hoe ik de uitgang moest bereiken.
Maar eerst moest ik zien te ontsnappen, me een weg uit dit spinnenweb kappen.
De grote spin stond op wacht, bij de spinnenwebben gracht.
Ik kon mijn hand en mes uit het web glijden, om zo mezelf te kunnen bevrijden.
Ik liet mij stilletjes naar de grond zakken, door me aan het web vast te pakken.
Ik sloop in alle stiletjes achter de spin door, en vervolgende toen mijn spoor.
Ik had het pad naar het kasteel vanuit de lucht bekeken, en wist nu welke paden ik over moest steken.
Nog een obstakel had ik te gaan, de Afgrondlaan.
Met een touw gespannen tussen beide zijde, bereikte je de uitgang weide.
Met trillende knieën plaatste ik voet voor voet, en verzamelde ik al mijn moed.
Aan de andere kant van het touw, was dan dat vervloekte gebouw.
Het kasteel van de koningin, daar ging ik dan met tegenzin.
Maar nu ben ik dan toch bij de uitgang beland, na het doorlopen van deze afstand.
Op naar het volgende avontuur, na het rijmen van deze literatuur.
EINDE