Laryanue schreef:
Brace yourselves:
Brace yourselves:
ZIjn hele leven probeerde hij er al bij te horen, zich aan te passen aan zijn omgeving. Hij wilde zijn zoals elk ander, niet aangekeken worden alsof hij anders was. Alles in hem wilde zorgeloos leven, niet meer alleen staan in het leven. Hij wilde mensen die hem steunden, maar in plaats daarvan lieten de mensen die hij als vrienden wilde hem voor hen wegrennen. Het was niet zijn keuze geweest, het was naar hem toegekomen, had zich aan hem vastgeklampt en zou niet loslaten. Het hele dorp wist ervan, maar niemand hielp, niemand toonde begrip. Niemand liet hem zien dat er wel mensen waren die hem steunden. Hij verloor zijn hoop in de mensen om hem heen, hoop dat er mensen waren die niet uit waren op de pijn van anderen.
Hij schrok op van het geluid van brekend glas op de plavuizen, gevolgd door zijn vader die hem riep. Hij zou gewend moeten zijn aan wat er net was gebeurd, het ging elke dag zo. Een normaal mens zou inmiddels al klaar staan met een veger en blik om de rotzooi op te ruimen. Nee, een normaal mens was hier niet meer geweest, was al weggevlucht.
Nog een schreeuw, maar de dreigingen deden hem niets meer. Die dronkenlap van een vader deed hem helemaal niets meer. Het was allemaal zijn schuld, de mensen die deze aardkloot bewandelden vergeleken hem altijd met zijn vader. Ze zouden hem altijd zien als de zoon van een dronkenlap en verwachtten van hem dat hij niet anders zou worden. Het leven liep in een cirkel, zich altijd weer herhalend. Men vond dat kinderen die het verkeerde gedrag van hun ouders hadden aanschouwd, later dit gedrag zouden overnemen. Ze gaven hem geen kans, de maatschappij zag hem nu al als een dronkenlap.
Weer een schreeuw, de toon nog dreigender dan de vorige. Al wist hij beter dan deze bedreigingen te negeren, ze deerden hem niet. De klappen die hij hier kreeg waren niet anders dan de klappen die hij op school kreeg. Klappen van een zwak iemand, iemand wiens keuzes ten koste van anderen gingen. Woorden van iemand die ze alleen als wapens kon gebruiken, verdediging was immers niet nodig als je een goede aanval had. Bescherming en heling, het kwam niet voor in hun woorden. Ze slepen hun woorden tot onzichtbare dolken, maar smeedden ze nooit tot schilden die anderen bescherming brachten.
Herinneringen kwamen in vlagen voorbij, fragmenten van woorden die tegen hem waren gesproken, beelden van hoe vuisten op hem af kwamen, hoe hij van zijn fiets werd geduwd, hoe hij om hulp riep. Niemand keek naar hem om, liepen weg , negeerden hem. Ze deden alsof ze niks hadden gezien. Schreeuwen van pijn, tranen, verwoede pogingen om los te komen, ze hadden hem nooit geholpen, hij had er altijd al alleen voor gestaan. Zijn zicht vertroebelde, maar hij poogde niet om deze belemmering weg te vegen, de tranen zouden blijven komen.
Hij had zichzelf vaak genoeg afgevraagd hoe de wereld zonder hem zou zijn, zou iemand het merken als hij verdwenen was? Zou de wereld hem voor altijd herinneren als de zoon van een alcoholist? Zouden ze denken dat hij zelf beter af was als hij dood was, omdat hij volgens hen toch gedoemd was om op zijn vader te lijken? Het voelde soms alsof vechten om zijn plek in deze maatschappij, nutteloos was. Men gaf hem geen kans. Hij zou altijd de zoon van een alcoholist zijn, een kopie van zijn vader, een toekomstige zuiplap, zelfs al kreeg hij het voor elkaar om hen het tegendeel te bewijzen.
Ruw hij verstoord toen de deur openzwaaide. Een schim, vertroebeld door het vocht van zijn tranen, stormde de slaapkamer binnen. Vloekend en tierend trok hij de jongen van zijn bed. ‘Wil je soms dat ik die rotzooi zelf ga opruimen?’ schreeuwde de schim met een dubbele tong. De jongen antwoordde niet, alsof zijn stembanden waren doorgeknipt. ‘Nou, ga je nog iets zeggen? Of zal ik je maar naar beneden slepen om het op te ruimen?’ Weer kwam er geen antwoord, hij leek niks meer te kunnen zeggen. ‘Je vraagt erom!’ riep de vader, hem uit de slaapkamer meetrekkend. Ver naar de trap was het niet, maar hij wist wat er zou gebeuren. Hij verzette zich niet meer, verzetten zou het erger maken.
Een duw was genoeg om zijn leven te nemen, om zijn nek te breken, vallend van de trap. Hij kon niet meer opstaan, hij kon niet bewegen, hij was er niet meer. ‘Wat doe je? Sta op! Als je niet snel opstaat kan je klappen verwachten, jongen.’ De bedreigingen deden hem niets, zouden hem nooit meer iets doen. Hij zou zich nooit meer zorgen hoeven maken over hoe men hem aankeek, over wie hij was. Hij was er niet meer.



0
0
0
0
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? 


19
Een film of GIF-animatie toevoegen